Meisje met de parel in hoge resolutie

Oh kijkt! Het Mauritshuis heeft haar gedigitaliseerd beeldmateriaal op Europeana geplaatst. Dat lijkt niet echt bijzonder, ware het niet dat er twee heel belangrijke nieuwtjes zijn aan dit verhaal.

  1. Het gaat om beelden op hoge resolutie. Dus digitale beelden waarbij je elke haarlijn van de borstel in detail kan bestuderen.
  2. De beelden worden ter beschikking gesteld in het Publieke Domein. Dat wil zeggen dat het Mauritshuis de intellectuele eigendomsrechten die er zouden zijn, weg zwaait. Iedereen mag ze dus gratis en zonder enige beperking gebruiken voor eigen doeleinden.

Dat betekent dus dat ik zomaar eventjes dit mag doen:

Girl with a pearl earring

Zonder dat ik onder het beeld moet plaatsen “Copyright Mauritshuis 2017” of moet bang zijn dat ik morgen een mail krijg met de vraag om het bovenstaande beeldje van mijn website te halen.

Ja maar gebeurt dat dan?

Ja. Ja dat gebeurt. Het auteursrecht zegt dat niet alleen de rechten van de kunstenaar gevrijwaard blijven tot 70 jaar na diens dood, hetzelfde geldt ook voor de fotograaf of de organisatie die een foto maakt van een kunstwerk. En laat een digitaal beeld nu net dat zijn.

Je kan het copyright betwisten in de context van digitalisering met het argument dat het om een platte kopie gaat van een kunstwerk. Het zogenaamde ‘originele element’ ontbreekt wanneer je digitaliseert. Maar daar tegenover staat dat digitaliseren geld kost. Infrastructuur, tijd, verplaatsing, loonkost,… Om die kosten te recupereren leveren instellingen beelden aan kostprijs en dan wordt het verleidelijk te rechtvaardigen dat het claimen van rechten een noodzaak is.

Het auteursrecht vandaag is heel breed interpreteerbaar, terwijl de de digitale context de lat om beeldmateriaal te (her)gebruiken juist volledig heeft weg genomen. Dat spanningsveld maakt het lastig om beelden zonder meer opnieuw te publiceren en te hergebruiken.

Het project Display At Your Own Risk onderzoekt dit hele probleem en daagt uit om na te denken over  de wisselwerking tussen het gebruik van beeldmateriaal en de intellectuele rechten.

Hoe dan ook, het mooie aan wat het Mauritshuis doet is dat onderzoekers, kunstenaars, creatievelingen, studenten, publicisten,… de vrijheid krijgen om met die beelden aan de slag te gaan. En dat uiteindelijk de kunstwerken zelf daardoor een nieuw leven tegemoet gaan.

Kijktip: Mindhunter

Het originele plan was twee dagen werken, drie dagen thuis. Het werden vijf dagen thuis wegens acute buikgriep zondagnacht. Tussen slapen, hydrateren en nog meer dutten in de zetel betekende dat kiezen voor Netflix.

Als ik een serie voor dit najaar mag aanraden, dan is het Mindhunter. Jaren ’70, criminal profiling, seriemoordenaars, FBI,… 10 episodes wanhoop, ongemakkelijkheid, spanning en vooral top acteerwerk.

Overigens zijn de seriemoordenaars in kwestie ook stuk voor stuk echte personen. Zo werd Ed Kemper ook in het echt geïnterviewd in het kader van profiling onderzoek. Maakt het allemaal nog wat meer visceraal.

Op citytrip naar Rotterdam

rotterdam rotterdam

Vorige week deden Marjan en ik van citytrip. Bestemming Rotterdam. Met dank aan het kortingboekje dat een tijdje geleden bij de Flair zat. We verbleven er 3 nachten in het Inntel Hotel. Voldoende tijd dus om de stad te verkennen.

To do

Spido bootvaart

Spido is een kleine rederij die pleziervaarten aanbiedt. Zo ook een boottocht van 70 minuten door de haven van Rotterdam. Ticketverkoop ter plaatse, vertrek en aankomst aan de Erasmusbrug. We konden vanop het bovendek genieten van de uitzichten. De tour werd begeleid door een duidelijke, meertalige audioguide. Onderdeks was er een cafetaria waar we voor een schappelijke prijs van koffie en koek konden genieten.

Schorem Barbiers

Iets voor de mannen. In de volkse wijk aan de Nieuwe Binnenweg vind je een rasechte barbier: Schorem. Vetkuiven, pommades, flattops, the works. Het antieke interieur van deze bende ruige haarsnijders ademt klasse uit. Ik stapte er op mijn verjaardag binnen voor een hot towel shave. Ik werd er behandeld als een koning. Aanrader als je even wil verpozen.

Lijnbaan

Het shoppinghart van Rotterdam, dat is de Lijnbaan. Dit is een van de oudste shoppingstraten van Nederland. Aangelegd in 1949 tijdens de wederopbouw en nadien geklasseerd als rijksmonument. Vandaag vind je er tal van grote ketens en trendy winkels. Een waar shoppingparadijs.

To visit

SS Rotterdam

De Rotterdam was/is één van de grootste stoomschepen die in de 20ste eeuw in de omvaart was. Deze boot werd ebouwd in 1958 en as tot eind de jaren ’60 actief op de transatlantische lijn. Nadien werd ze een cruïseschip. Ze werd in 1997 uit de vaart gehaald. Vandaag is het een drijvend hotel en een museum. Het interieur uit de jaren ’50 en ’60 werd geherwaardeerd. Voor 32 euro krijg je een gidsbeurt door de machinekamers én een audiotour doorheen het volledige schip. We dachten een uurtje aan boord te blijven, het werden er uiteindelijk vier.

Museumpark

Het Museumpark is… een park vol met musea. Het bekendste museum is het Booijmans – Van Beuningen waar je Van Gogh, Breughel, Dali, Rubens, Rembrandt, Bosch en nog vele anderen een plaats hebben, naast hedendaagse kunst. Je vindt er ook de Kunsthal, Huis Sonneveld en het Nieuwe Instituut dat inzet op architectuur en actuele kunsten.

Kubuswoningen

Rotterdam dat zijn de kubuswoningen ontworpen door Piet Blom. Dit is letterlijk een woud van woningen: bakstenen torentjes met een stenen kubussen als ware het kruinen van een bos. De woningen zelf zijn allemaal privaat bewoond. Er is een kijkwoning die je kan bezoeken.

De Markthal

De Markthal is nog zo’n architecturaal wondertje. Een soort van gigantisch gewelf bestaande uit woon- en werkruimtes die een centrale markthal overspant. Het is een bijzonder modern ontwerp uit 2014. De markt zelf wordt omschreven als het foodwalhalla van Rotterdam. Dat lijkt wel te kloppen want het is een foodcourt vol standjes met exotische waren: Marrokaans, Filipijns, Japans, Koreaans, etc.

To Eat and Drink

Bazar

De Witte de With straat is de place to be om de innerlijke mens te sterken. Bazar is een groot restaurant met een groot-keuken die gerechten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten serveert. Voor schappelijke prijzen krijg je er een uitgebreid menu. Je kan er terecht voor ontbijt, lunch én dinner.

Lola Bar & Kitchen

Hier kwamen terecht op onze eerste avond. Lola is een trendy en tegelijk gezellige restaurant dat de Spaanse keuken serveert. We genoten er van een heel lekkere plancha met gevarieerde tapas en cuba libre’s. Lola vind je terug op de Schiedamse Vest welke een zijstraat is van de Witte de With straat.

Vivu

Misschien is oriëntaals meer je ding. Tegenover de Wagamama vind je in een souterain het Vietnamese restaurant Vivu. Voor 25 euro kan je kiezen uit een drie-gangen menu.

Ballroom

Gin? Gin! Dan moet je bij Ballroom zijn. 162 gin/tonics op de kaart. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. ’s Avonds verzamelt zich hier hip en jong Rotterdam. Aanrader als je na het dinner nog even verder wil genieten van de evening buzz.

Jamie’s Italian

Jamie Oliver heeft vaneigenst ook een franchise in Italiaanse restaurants. Eentje daarvan vind je terug in de Markthal. Misschien een beetje aan de dure kant voor herkenbare gerechten die je in zijn kookboeken terug kan vinden, maar ik moet zeggen dat de pasta met rundsragout zijn prijs helemaal waard was.

O Pazzo

Net buiten het centrum vind je O Pazzo terug. We brachten er onze laatste avond door. In een moderne, open ruimte eten de eigenaars de gezelligheid van de klassieke trattoria te repliceren. De open keuken met de oven in de vorm van een gesculptuurde octopus trekt onmiddellijk het oog. We hadden elk een voorgerechtje en een pizza besteld. We kregen daarvoor een copieuze hoeveelheid op ons bord. De bediening was er supervriendelijk. Bezoek zeker de toiletten waar gewijde gezangen de bezoeker ontvangen terwijl deze de troon bestijgt.

Drie volle dagen Rotterdam, dat is al de moeite. Doet dat pijn aan de voeten? Neen, eigenlijk niet. Het centrum van de stad is niet al te groot. Alle vermelde locaties liggen op wandelafstand van elkaar. Buiten de SS Rotterdam dan. Je kan ook per metro of per watertaxi verplaatsen. Ik heb begrepen dat we nog niet alles van Rotterdam hebben gezien. Er is nog veel meer zoals Hotel New York, de Euromast en Delftshaven. Rotterdam is immers een kosmopolitische stad. Ik kan alleen maar zeggen dat het een heel fijne stad is die ik graag aanraad aan citytrippres.

 

Van Bitcoin naar Ether

Sinds jaar en dag bestaat er zoiets als ‘cryptocurrency‘. Digitaal geld, zeg maar, dat niet wordt uitgegeven door een centrale overheid. In den beginne was er Bitcoin, maar sindsdien zijn er tal van nieuwe munteenheden ontsproten. Dogecoin, Litecoin, Ethereum om maar enkele te noemen.

Zoals dat gaat met munteenheden kan je kopen, verkopen en dus speculeren op de waarde van de munt. Het spannende is dat het om zeer volatiele markten gaat. Denk bubbels en crashes. Denk aan rappe cycli waarbij de waarde heel snel kan stijgen en dalen. En dat maakt het zeer interessant voor diegenen die al eens van een risicovolle belegging houden.

Eind 2013 was er een Bitcoin gekte. Op enkele maanden tijden explodeerde de waarde van die munt. Natuurlijk kocht ik ook een kleine hoeveelheid. En inderdaad, ik reed een week of twee met de koers omhoog. Tot de koers de Grote Crash van 2013. De waarde van 1 bitcoin halveerde toen op twee dagen tijd. Ik kwam er bekaaid vanaf, maar in plaats van verliezen te incasseren en te verkopen, heb ik mijn bitcoins behouden. Ondertussen zijn we een 3.5 jaar verder… en is de koers met 300% gestegen. Gevolg: mijn initiële inzet is in waarde verdriedubbeld. Hoera! En dus verkocht ik gisteren mijn volledige inzet.

Had ik dat een week of twee gedaan, dan was mijn waarde bijna verviervoudigd, maar een kleine crash van 3.000$ naar 2.700$ voor een bitcoin stak daar een stokje voor. Niet zo erg. Zodra je je uit een markt terug trekt, heeft achterom kijken helemaal geen zin.

Ondertussen blijkt dat Ethereum de nieuwe lieveling is op de markt van digitale munteenheden. Deze munteenheid heeft enkele technische features die Bitcoin niet heeft. De onderlinge technologieën achter digitale munteenheden kunnen ook op andere manieren worden gebruikt. Op de lange baan is het dus niet oninteressant om hier in te investeren. Op korte termijn is het wel op de tanden bijten. Ook de markt in Ethereum is zeer volatiel. Maar dat is dus de les die ik ook uit Bitcoin heb getrokken.

En dus besloot ik vandaag om een deel van mijn Bitcoin winst te investeren in Ethereum via Coinbase. Het idee is om dit nu te laten rusten en over een jaar eens te kijken wat er mee gebeurt.

Oei, maar Matthias, is dat allemaal niet gevaarlijk? Je bent zo je geld kwijt als je niet oplet!

Eum. Uiteraard. Mijn initiële investering in Bitcoin bedroeg 80$ en die verkocht ik gisteren voor 240$. Vandaag kocht ik 100$ aan Ethereum. Peanuts eigenlijk feitelijk. Bijzonder kleine peanuts. Maar het oorspronkelijke doel van zo eens speculeren is dan ook altijd geweest: met de winst eens lekker uit gaan eten. En dat heb ik toch mooi gehaald. Benieuwd dus of ik dat nog eens kan herhalen.

Speculeren doe je altijd met geld dat je kan missen.

In het kort

Dat het verdorie snel gaat. Waren we zonet nog halverwege april en in anticipatie van de klimcursus, dan zien we nu het einde van juni met rasse schreden naderen. Time flies en al.

In ’t kort.

De akte is getekend. We zijn nu officieel eigenaars van een huis in Brugge. Aan het begin van 2018 worden wij inwoners van Sint-Katarina Brugge. Het spreekt natuurlijk dat we er enorm naar uit kijken. Sinds het tekenen van de compromis zijn we er niet meer geweest. Af en toe vragen we ons dingen af zoals: “Hm. Hebben we nu laminaat liggen op de slaapkamer of niet?” Alles is net verbouwd, dus daar moeten we ons alvast geen zorgen in maken. De inrichting, dat is iets waar we hier ten huize wel al af en toe over dromen en brainstormen.

Het project op het werk begint nu echt vorm te krijgen. Er wordt naarstig door gewerkt om de ruwe kanten eraf te vijlen. Eergisteren gaf ik nog in Antwerpen een demo op een studiedag. Dat ontlokte heel wat interessante vragen en discussie. De komende maanden worden spannend. Ik kijk uit naar het moment waarop we echt operationeel zullen worden.

Eerder per toeval kreeg ik deze week Libanees voorgeschoteld. Donderdag was ik in Brussel voor een bestuursvergadering gevolgd door een aansluitend etentje. Vrijdagavond had Marjan gereserveerd voor ons tweetjes bij Amon in Brugge. Tweemaal lekker eten? Tweemaal lekker eten! Beide restaurants zijn aanraders als je eens iets anders wil.

Op naar de komende week!

Jezelf tegen komen II

Ik ben gestopt met de cursus KVB3.

In de voorbije weken is me beginnen dagen dat ik mentaal totaal niet klaar ben om op rots te klimmen. Dat werd me klaar en duidelijk toen Tom de mail uitstuurde naar de deelnemers voor het volgende klimweekend. Marche-Les-Dames en multi-pitch bezorgden me spontaan klamme handen. Neen. Het was me toen wel duidelijk: I wasn’t going to enjoy myself. En daarvoor doe ik het toch uiteindelijk.

Toen ik mijn opzeg per mail gaf, deed ik dat met een mix van frustratie, teleurstelling maar ook enorme opluchting omdat ik zo eerlijk was tegenover mezelf. Leuk is het niet. Ik hier immers al zo lang naar uit keek.

Het plan is nu om in het komende jaar zoveel mogelijk in de zaal te oefenen op het voorklimmen. Leren vertrouwen op het materiaal, vertrouwen krijgen in mijn eigen klimervaring,… Het betekent ook veel vallen en mezelf zachtjes uit de comfort zone pushen. Vooral ook mezelf mentaal voor te bereiden en daar voldoende tijd voor vrij maken.

Volgend jaar is er een nieuwe kans.

Facebook eradicator

Vorig jaar schreef ik over mijn haat/liefde verhouding met sociale media. Facebook op kop. Ik schreef toen dat ik soms op de pauze knop duw wanneer het over consumptie gaat. Een digitale detox als het ware. Want het verleden leert me dat de inkijk in het leven van anderen, mij niet altijd gelukkig maakt. Integendeel. En de wetenschap bevestigt dat. In het laatste jaar heb ik ook het gevoel dat het mij ook gewoon minder boeit. Dat heeft meer te maken met hoe de Facebook algoritmes mijn Wall manipuleren, dan wat mensen posten.

Ik had het er nog deze week met een collega over. Ook hij had exact hetzelfde gevoel. De klad zit er in. Iets wat mensen zoals Ev Williams al een tijdje door hebben. Waar privacy voor de collega een breekpunt zou kunnen worden in de nabije toekomst, geloof ik dat er eerder dat er iets meer fundamenteel zal spelen: een groeiend besef dat sociale media – de likes, de mentions, de commentaren – mensen domweg niet gelukkig maken. Dit zijn technologieën die nauwelijks een decennium bestaan. We beginnen langzaam door te hebben wat de impact is op onze psyche op de lange baan.

De Facebook app staat al enkele jaren niet meer op mijn smartphone. Best. Decision. Ever. Nu ben ik sinds een aantal weken een stap verder gegaan. Op mijn laptop heb ik de Facebook News Feed Eradicator plugin geïnstalleerd. Wanneer ik nu naar Facebook surf, krijg ik dit te zien:

Een beetje drastisch? Misschien. Maar het helpt me wel om mijn focus doorheen mijn dag meer in het hier en nu en bij mezelf en de mensen rondom mij te houden. Ergens is het ook weer een terugkeer naar hoe het vroeger was. In plaats van een bord boordevol content voorgeschoteld te krijgen, kies ik terug zelf waar ik mee wil worden geconfronteerd. En die autonomie is me best wel goud waard.

Het betekent nu ook weer niet dat ik helemaal niets zie. Het gaat er vooral om de passieve consumptie van sociale media te beperken. Ik kan ’s avonds door mijn feed gaan via mijn iPad of via mijn andere laptop. Ik krijg ook nog alle notificaties van evenementen en groepen te zien. En dat is eigenlijk meer dan voldoende merk ik.

Dunkirk

Al een tijdje hou ik deze prent in het oog. Dunkirk of een kroniek van het Mirakel van Duinkerken.

Eerst de trailer…

Ik denk dat dit een van de betere trailers is die ik sinds lang heb gezien. En er valt best wel wat uit te pikken.

De opbouw van de spanning is zorgvuldig georchestreerd. En dat is geen toeval. Veel heeft te maken met regisseur Christopher Nolan. Die heeft een voorkeur om met het element ‘tijd’ te spelen. De onwrikbare chronometer die in de achtergrond de tijd weg tikt staat daar symbool voor. Duinkerken was voor de British Expeditionary Force letterlijk een race tegen de tijd. Volledig ingesloten door de Wehrmacht was hun laatste uitweg de zee. Enkel een oversteek kon de 338.000 soldaten nog redden. Ook in zijn andere films komt tijd terug. Inception en Interstellar, bijvoorbeeld, waarin hij de tijd volledig deconstrueert en de verhaallijn uit elkaar laat vallen. Ook hier zien we dat weer terug komen in verschillende sequenties vanuit het perspectief van verschillende personages.

Dan is er de cinematografie. Andermaal kiest Nolan voor een samenwerking met Hoyte van Hoytema. Net zoals Interstellar is ook Dunkirk bedoelt voor IMAX schermen. De stranden van Duinkerken, de open zee en het luchtruim boven het Kanaal lenen zich daar uitstekend toe. Je voelt de spanning bij de uitgeputte, op elkaar gepakte soldaten terwijl ze, volledig blootgesteld aan de elementen en de Luftwaffe, staan te wachten op verlossing die maar niet schijnt te komen. Nolan maakt de toeschouwer deel van de actie door ze er midden in te plaatsen.

De Luftwaffe shots waarin een uitstekend gecaste Tom Hardy de show steelt, doen me geweldig denken aan die ouderwetse oorlogsfilms uit de jaren ’60. Battle of Britain uit 1969 bijvoorbeeld.

Voor de muziek tekent Hans Zimmer andermaal. Hij stond ook in voor Inception en Interstellar. Wat me meteen opvalt is dat dezelfde dreigende ondertoon die we leerden kennen in Inception, ook hier terug komt. Moet ook wel aangezien, net als Inception, de premise van de film een race tegen de tijd is. Ik ben dus zeer benieuwd naar de volledige soundtrack.

Geheel terzijde. Sattelite Empire maakte een geweldige remix van Zimmers’ Time uit Inception.

Tenslotte zijn er de acteurs. Topcast. Tom Hardy vermeldde ik al. Doen ook mee: Cillian Murphy, Mark Rylance, Kenneth Branagh en James D’Arcy. Je ziet dat de rollen hen op het lijf zijn geschreven. Tom Hardy is bikkelharde, ijskoude RAF piloot. Kenneth Branagh als commandant die lijdzaam met getormenteerde blik de apocalypse ondergaat, Mark Rylance en Cillian Murphy die mooi contrasteren als de plichtbewuste veteraan en de net uit zee opgeviste, doodsbange, wat laffe soldaat.

Ah, Kenneth Branagh. Die blijft mij bij als Henry V in de gelijknamige verfilming van het Shakespeariaanse werk. Met het geweldige We few, We Happy Few, We Band of Brothers.

In dezelfde lijn valt er in de trailer Churchills‘ beruchte We shall fight on the beaches, we shall fight on the landing grounds. We shall never surrender.

Het is niet de eerste keer dat Duinkerken in een film in beeld wordt gebracht. In 2007 bracht Joe Wright in Atonement de stranden magistraal in beeld. In één continue single take die maar liefst 5 minuten duurt wandelt de camera doorheen een Boschiaanse tafereel waarin schoonheid en waanzin elkaar afwisselen. Hoogtepunt is de hymne Oh lord and father of Mankind gebracht door een groepje verslagen soldaten vooraleer de camera de kijker terug in de realiteit van de oorlog mee sleurt. Het is ook een hoogstandje aangezien hier nauwelijks computer effecten konden worden gebruikt. Elk onderdeel van de take moest perfect worden getimed.

Breathe through the heats of our desire
Thy coolness and Thy balm;
Let sense be dumb, let flesh retire;
Speak through the earthquake, wind, and fire,
O still, small voice of calm.

Mooie woorden. Hoe spannend deze film dan ook mag worden. Ze blijft geworteld in een echte oorlog. Het is goed om ook daar even bij stil te staan.

Over klimmen, mezelf tegen komen en angst overwinnen

Ik heb net mijn eerste klimweekend in de Ardennen achter de rug. Hoe heb ik dat ervaren? Wel, dit was duidelijk iets helemaal anders dan klimmen in de zaal. En jawel, ik ben mezelf, vlugger dan ik had gedacht, onderweg tegen gekomen.

Zaterdagmorgen om 7h stond ik met een rugzak vol klimspullen en een tent klaar om te vertrekken. Een paar uur later verzamelden ik met 6 mede-cursisten en 3 begeleiders onder het massief van Corphalie in een druilerige motregen. Een natte rots is een gladde rots. En dus werd besloten om het weekend te openen met de uitleg die we eerder vorige week in de zaal kregen.

Er werd gekozen voor een stuk rotsplaat waar de relais op een ruime standplaats te vinden is: een stuk gras tussen de rotsen waar je comfortabel met 9 personen kan staan. Hoogte? 15 meter. Niet veel meer dan in de klimzaal. Bovendien was het meer klauteren dan echt verticaal klimmen. De wand zat vol grote spleten en brede richels. Ideaal voor een eerste kennismaking. We begonnen met rappel maar al snel deden we de volledige cyclus onder het waakzame oog van onze begeleiders. Eén man die voor klom tot aan de relais, standplaats opbouwt en dan de na-klimmer zekert tot ook die boven komt en zijn/haar leeflijn inpikt. Dan ombouwen naar rappel en zo terug naar beneden. Het klinkt makkelijker dan het is want er is geen ruimte voor fouten.

Zo passeerde de middag snel. Omhoog en terug naar beneden. Zo goed mogelijk oefenen. Het leek allemaal goed te lukken. Angst? Nah. Niet echt. Zelfs niet bij het voor klimmen ook al zaten de haken waar je jezelf inpikt, op een paar meter van elkaar.

Alles onder de controle

De dag erna zouden naar een ander massief trekken. De begeleiders lieten weten dat het niveau een stuk hoger zou liggen nu. Dat wil zeggen: geen klauteren maar echt klimmen. Het weer zou ook wat beter mee zitten. Na een frisse nacht in een tentje – ik heb beter geslapen dan ik had verwacht – trokken we met het auto konvooi richting Yvoir.

Eenmaal onderaan de rots, wel, dat was even slikken. Ze hadden niet gelogen. Voor mij torenden rotsplaten tientallen meters de lucht in. Granieten reuzen die uitdagend wachten op moedige zielen (of razende gekken) die ze te lijf willen gaan. In de voormiddag werd gekozen voor een stuk wand waar tot 30 à 40 meter zou worden geklommen. Drie routes met aan elke relais een waakzame begeleider. We verdeelden ons in drie cordées.

Al snel stond ik alleen onderaan terwijl ik mijn klimpartner zekerde. Als voorklimmer ging hij eerst. Ondertussen probeerde ik mijn hoofd leeg te maken. Welke moeilijkheidsgraad was dat ook al weer? 4b gelijkgesteld aan 5a? Makkie! Ik wandel 5a zo naar boven in de klimzaal. Dit moet toch wel lukken!

Matthias, départ!

Zo weerklonk het. En toen vatte ik de tocht omhoog aan. Na enkele meters bleek dat dit totaal iets anders was dan in de zaal. Geen gekleurde grepen die je de weg wijzen. Enkel een grijze, koude granieten steen voor je neus met af en toe een uitsparing, een richeltje, spleetjes en kieren en hier en daar een uitstekend blokje. Ik begon sneller te ademen, mijn handen en voeten kregen het koud. Ik voelde hoe mijn benen oncontroleerbaar begonnen trillen. Golven van angst en paniek begonnen door mijn lijf te gieren. Waar ben ik in godsnaam aan begonnen? Er was geen weg terug, ik moest wel naar boven. En dat deed ik ook. Boven pikte ik in op de centrale zekering met mijn leeflijn, volledig buiten adem. Ik stond volledig opgespannen en opgedraaid in mijn gordel. Mijn benen waren pudding. Mijn lijf had het ijskoud.

Na een paar minuten kwam ik er door. Begeleider Yordi deed dat fantastisch en liet mij ombouwen naar rappel. Terug naar beneden komen hield, vreemd genoeg, niks in. De adrenaline verliet mijn lijf en ik genoot van de rit terug naar moeder aarde.

Ook de tweede keer besloot ik na te klimmen op dezelfde route. Deze keer was er afgesproken om mij sec te zekeren. Zo word ik ook gezekerd in de zaal. Het ging een stuk beter. De stukken die ik een uurtje eerder voor het eerst deed herkende ik nu. Ik legde mijn focus op mijn klimmen. Voldoende tijd nemen. Letten op mijn ademhaling. Zoeken naar een goede steun voor mijn voeten om me op te duwen. Met gestrekte armen klimmen en proberen om op mijn volledige handen te klimmen in plaats van mijn vingertippen. Het ging een stuk beter, maar eenmaal boven gierde de adrenaline nog steeds door mijn lijf.

Om jullie een indruk te geven, een filmpje van een andere klimmer op hetzelfde massief:

Tijdens de lunch begon me te dagen dat dit misschien meer is dan waar ik vandaag klaar voor ben.

In de namiddag besloot de groep om l’Aiguille te klimmen. Dat is een licht overhellende rotspunt. Eenmaal op de top rappel je in vrije lucht terug naar beneden. Het kost je wel twee touwlengtes om die top te bereiken. 60 meter in de lucht. Dit was duidelijk nog een trap verder dan in de morgen. De twijfel sloeg nu echt toe. Zelfs als ik na klom, dan zou ik nog moeten voor klimmen om op de top te geraken. Van op de grond zag het er best te doen uit. Het niveau was andermaal 4b dus iets wat ik best wel zou aan kunnen. Ik wilde het er best op wagen.

Andermaal klom ik na. Andermaal arriveerde ik aan de eerste relais met puddingbenen goed 30 meter boven de grond.

Halverweg l’Aiguille, faking confidence

Daarboven kwam ik mezelf echt tegen. De begeleiders zaten zo’n tien meter van ons vandaan. Het kwam er op aan om volledig zelfredzaam te zijn. Ik moest er niet aan twijfelen, hier eindigde de dag voor mij. Ik besloot om via rappel naar beneden te zakken en te wachten tot de groep terug arriveerde langs de andere zijde van de piek. En zelfs toen maakte ik een fout: ik stapte over het touw waardoor mijn prussik verkeerd kwam te liggen. Het was een strijd om in ruwe schokken beneden te geraken.

Angst, teleurstelling en vooral diep onder de indruk. Dit is helemaal niet wat ik ervan had verwacht. In de zaal klim ik op mijn dooie gemak de 12 of 15 meter omhoog. Van angstaanvallen geen sprake terwijl de zwaarkracht in de zaal niet anders werkt dan in de Ardennen.

Wat is er dan mis gelopen?

Wel, ik had geen veilig gevoel. De klimhaken zitten op enkele meters van elkaar. De wind en het afwisselende voorjaarsweer speelden mij parten. Mijn lijf voelde zich absoluut niet comfortabel. En bovenal:

Ik was bang om te vallen.

Plain and simple. Nochtans, wat zou er gebeuren als ik viel? Mijn prefrontale cortex weet dat mijn partner mij zou opvangen en dat de lijnen en het materiaal waar ik aan vast hing tot 22 ton kunnen dragen. Meer zelfs, ik wéét dat dit een moeilijkheidsgraad is die ik zonder vallen kan klimmen. Misschien maak ik wel een lelijke buiteling, maar de kans op lijfelijke schade was – statistische gezien – vrij klein. Alleen weten mijn amygdala dat totaal niet. Mijn reptielenbrein heeft tot nog toe maar enkele stevige valpartijen mogen ervaren. Bovendien was dat stukje brein totaal uit haar comfortzone. Ik weet eigenlijk niet wat ik mag verwachten bij een iets stevigere val, laat staan wat dat dan inhoudt op rots als je vanaf 25 hoog een 5-tal meter naar beneden dondert.

Voor de niet geïnitieerden. Dit is een voorklimmersval.

Als ik dus op rots wil leren klimmen, dan moet ik leren om uit mijn comfortzone te geraken. En daarvoor moet ik dus de zaal in om voor te klimmen en te vallen. Veel te vallen. Telkens een beetje hoger en meer. En ook veel minder hard gezekerd klimmen. Op een mou in plaats van sec touw klimmen. Leren omgaan met het onvoorspelbare van een val. Leren betrouwen op mijn materiaal. Nog meer leren betrouwen in mijn eigen klimvaardigheid.

Ik ben ook gaan beseffen dat klimmen een ultieme oefening in mindfulness is. Er is geen ruimte om aan andere dingen te denken, laat staan wat er zou kunnen gebeuren. Het komt er op neer om te leren je focus te leggen op de volgende beweging die je moet maken en de rest mentaal te blokkeren. Als het er niet van nature in zit, dan is het iets dat slechts met oefening komt.

De hamvraag is natuurlijk: hoe zit het nu met de rest van de cursus? Wel, het is heel simpel. Als ik niet over mijn angst geraak, haal ik het brevet niet. Het volgende klimweekend is gepland eind Mei. Of ik er dan klaar voor zal zijn? Wel, dat zijn vier korte weken. Ik durf het zo meteen niet te zeggen. Ik ga mezelf voldoende tijd moeten gunnen. Het laatste wat ik ga doen is mezelf forceren. Het moet uiteindelijk wel veilig én plezierig blijven, en dat is nu helemaal niet het geval. Het brevet is eigenlijk het laatste waar ik momenteel aan denk.

*

***

Jaren geleden, in 2005 of zo, moest ik voor het eerst in mijn professionele carrière spreken voor een publiek. Een korte lezing van een 45 minuten over audiovisueel archief digitaliseren aan de VUB. Ik had in de week voordien gierende rolzenuwen. Ik herinner me nog levendig hoe ik vlak voor ik het podium op moest, nog dringend het toilet moest bezoeken. En ik herinner mij nog levendig de blackout die ik had na goed twintig minuten. Toen telde ik tot tien, ademde ik diep in en kwam ik terug tot mezelf. Achteraf bleek ik dat goed te hebben gedaan.

Dik 12 jaar later heb ik reeds ettelijke malen in binnen- en buitenland lezingen en presentaties gegeven en meerdaagse trainingen geleid. Soms voor een groep van nauwelijks 7 man, maar even goed voor een publiek van +100 mensen.

Ondertussen vind ik spreken voor een publiek fijn om te doen. Topic kiezen, de voorbereiding, slides en een demo opstellen, een presentatie vlot en binnen de toegemeten tijd geven: dat lukt allemaal heel vlotjes. De tijd dat ik met een ei in mijn broek het podium betreed heb ik al lang achter mij gelaten. Mijn laatste acte de présences had ik rond de jaarwissel. Eerst op een eigen studiedag en een dikke maand later op de Brussels Art Fair op vraag van de Koning Boudewijnstichting. En  Had ik schrik? Geen moment eigenlijk. Eenmaal vooraan concentreer ik mij niet op het publiek. Ik ben zelfs helemaal niet bezig met wat ze denken. Het enige waar ik mee bezig ben is het afwerken van de inhoud die ik heb voorbereid.

Wat ik vooral geleerd heb is dat voorbereiding en ervaring de sleutel zijn. Door veel te spreken ben ik me gaandeweg comfortabel beginnen voelen en is de angst grotendeels verdwenen. Ik heb geen vast script met een uitgetypte tekst. Ik hou het op een spiekbriefje met enkele bullets en de woorden volgen van zelf. Dat laat me toe om af te wijken, te variëren in snelheid of meer of minder technisch te spreken.

En net zoals leren spreken voor een volle zaal moet ik nu ook leren om comfortabel te klimmen en te betrouwen dat het materiaal en mijn klimpartner hun werk zullen doen.